maandag 27 april 2009

Politie valt massaal voor helmcamera

De politie in Rotterdam gaat agenten met een camera op de pet de straat op sturen, las ik vandaag op Nu.nl. Op die manier wil de politie het geweld en agressie tegen agenten verminderen. Dertig agenten zijn met ingang van Koninginnedag voorzien van een kleine filmcamera. Ze zijn in Rotterdam niet alleen: ook in Haarlem, Bergen op Zoom en in een aantal andere korpsen worden experimenten met helmcamera's gedaan.

De politie valt massaal voor de helmcamera en iedereen vindt het best. Hoe dat komt? Volgens mij komt het doordat het allemaal gebeurt om geweld tegen overheidsdienaren tegen te gaan. Het kan toch niet zo zijn dat politiemensen, ambulancebroeders en buschauffeurs zomaar in elkaar worden geslagen?

Nee, dat kan inderdaad niet en het is te bizar voor woorden. Vind ik ook.

Maar toch begint er bij mij iets te kriebelen als ik zie hoe klakkeloos incidenten worden geaccepteerd als argument dat er nu toch echt hoognodig meer camera's moeten komen: in bussen, op ambulances en nu dus ook op het hoofd van oom agent.

Begrijp me goed: ik heb niks tegen experimenteren want als je nooit iets nieuws probeert kom je niet verder. Ook ben ik niet zo bang voor technische innovaties: techniek heeft ons leven een stuk aangenamer gemaakt.

Maar waar ik me over verbaas is dat het niet echt experimenten zijn: als ik het goed lees, is een belangrijke reden voor de Rotterdamse politie om helmcamera's te kopen dat het in Engeland ook op grote schaal wordt gebruikt. Tja... Als je vriendje in de sloot springt, spring jij er dan achteraan?

Wat verwachten we nou precies van een camera op het hoofd van een agent? Ik kan in vier minuten vier mechanismen bedenken. Als ik tien minuten nadenk, worden dat er vast wel tien. Maar goed, hier zijn de eerste vier:
  • De opvoedende camera
    Boze burgers zullen zich netter gedragen als ze weten dat ze gefilmd worden. Daarmee voorkom je dus incidenten;
  • De bewijscamera
    Boze burgers worden eerder veroordeeld als er bewijsmateriaal is van hun agressie. Daarmee voorkom je natuulijk niet direct incidenten, maar misschien dat het op de langere termijn toch tot bravere burgers leidt;
  • De steun-in-de-rug-camera
    Agenten met een camera voelen zich veiliger. Daardoor treden ze zelfverzekerder op en escaleren incidenten minder snel. Daarmee voorkom je dus incidenten;
  • De baas-kijkt-over-je-schouder-mee-camera
    Agenten met een camera gedragen zich volgens het boekje omdat ze weten dat hun baas als ze weer op het bureau komen, precies kan zien wat er is gebeurd. Ze gaan zich dus opstellen als professionals die hun cursus agressie-regulatie netjes in de praktijk brengen. Dat voorkomt incidenten.

Zo. Dat zijn vier mogelijke manieren waarop helmcamera's kunnen werken. Maar hoe komen we er achter welke mechanismen echt werkzaam zijn en welke onzin zijn? Dat moet je onderzoeken met een slimme evaluatie. Helaas wordt daar maar bar weinig over nagedacht. Het lijkt wel of het met de helmcamera dezelfde kant opgaat als ooit met de straatcamera: technisch kan het, er is geld voor en dus doen we het. Massaal.

Het is in cameraland altijd weer zo dat de techniek bepaalt wat kan, en niet de politiek. Dat moet zo snel mogelijk veranderen.

maandag 20 april 2009

Zoetermeer en cameratoezicht

Vorige week keek ik via internet naar de vergadering van de gemeenteraad van Zoetermeer waar het jaarverslag van de politie werd besproken. Het ging nauwelijks over dat jaarverslag: zodra de raadsleden hun kans zagen, begon een vrij fel debat over cameratoezicht op straat.

De partijen ter rechterzijde vonden de cijfers het zoveelste bewijs dat cameratoezicht nu echt op grote schaal moest worden ingevoerd. De partijen ter linkerzijde lieten hun gewaardeerde collegae nauwelijks uitpraten om het tegendeel te beweren: er is immers al cameratoezicht in Zoetermeer en dat heeft de situatie niet veel verbeterd. Wat er moet gebeuren om de straten veiliger te maken is dat ouders weer de verantwoordelijkheid voor hun kinderen gaan nemen.

Deze twee posities werden ongeveer tien keer heen en weer ingenomen en toen was het alweer elf uur en was het tijd om naar huis te gaan. Geen besluit, geen actie, volgende keer weer gewoon verder waar we gebleven waren?

Het verbaast me dat de discussie over cameratoezicht soms echt een ideologische discussie is. De ene kant is kritiekloos voorstander (hoe meer camera's, hoe liever) en de andere kant is pertinent tegen (privacy!). Beide posities zijn onzin - want we weten na een dikke tien jaar cameratoezicht dat het geen wondermiddel is, maar dat het soms wel degelijk goed kan werken.
Je moet per geval bekijken wat het probleem is, wat camera's daaraan zouden kunnen doen en dan je afweging maken. Maar dat gebeurt nauwelijks. Zoals bij elk ideologisch debat verschansen beide partijen zich in hun loopgraaf en elk argument van de tegenstanders zorgt er alleen maar voor dat ze zich nog dieper ingraven.

Zonde eigenlijk, want we zijn gebaat bij een open discussie over cameratoezicht waarbij iedereen zijn zegje kan doen en waarbij ruimte is voor nieuwe inzichten en af en toe een spannend experiment.

Maar voor dit soort genuanceerd denken is geen plek in de raad van Zoetermeer: men had het veel te druk met de ander de mond te snoeren. Ik vond het erg leuk dat ik de raadsvergadering live kon volgen, maar de volgende keer hoop ik wel wat interessanters te horen.

donderdag 2 april 2009

Yes it works! No it doesn't!

De vraag of cameratoezicht werkt nog steeds niet beantwoord. Sommigen zeggen van wel, anderen zeggen van niet.

Iemand die wat langer nadenkt, realiseert zich dat de vraag zelf fout is. Het is eigenlijk hetzelfde als de vraag: "Werkt de mobiele telefoon?" Of: "Werkt de auto?"

Soms wel, soms niet. Het ligt er aan wat je ermee doet, welk merk je koopt en onder welke omstandigheden je hem gebruikt. Bij mobiele telefoons en auto's snapt iedereen dat meteen, maar bij cameratoezicht blijven we maar zoeken naar een eenduidig antwoord.

Sorry - het antwoord komt er nooit. Sterker nog: hoe meer onderzoek we doen naar de effecten van cameratoezicht, hoe ingewikkelder het wordt. Een mooi voorbeeld van een onderzoek dat de boel alleen maar ingewikkelder maakt, las ik deze week in het European Journal of Criminology.

Twee Duitsers zetten voor ons op een rij hoe de camera zijn intrede heeft gedaan in Duitsland, Frankrijk en de UK. Ze beginnen hun verhaal met wat obligaat filosofisch geblaat over panopticon, super-panopticon, post-panopticon, synopticon en ban-opticon. Dan ben ik de draad al kwijt, hoor. Het heeft iets te maken met de vraag wie wie bekijkt. In het panopticon bekijkt een klein aantal mensen een boel anderen, zoals bewakers in een gevangenis. In het synopticon bekijken een boel mensen een paar anderen, zoals het grote publiek een paar beroemdheden op televisie volgt. Die andere vormen laat ik maar even voor wat ze zijn.

En het wordt nog veel erger. Halverwege het artikel schrijven deze wetenschappers (haal even diep adem) "What makes the production of normative imperatives, that normalizes the non-excluded, especially interesting is not that the ban-opticon may deflect attention from the routine technologies of control nor that it stresses profiling and dataveillance, which it does to a certain degree; rather, the visibility of exclusion vanishes, while the power of exception and the production of normative imperatives amalgamate into a governmentality of uncertainty, unease, fear and (in)security."

Wat staat daar in hemelsnaam? Volgens mij staat er in gewoon Nederlands dat als je ergens veel camera's ophangt, dat er dan al snel nog meer camera's komen en dat de mensen dan langzaam aan de camera's wennen. En dat ze daar bang en onzeker van worden.

Tja, dat kan. Het kan ook dat mensen bang en onzeker zijn en daarom overal camera's ophangen. Nou en?

Maar het wordt nog erger: "The partition of the sensible produces a reality completely identical with itself."

Hier staat (in gewoon Nederlands) dat de wereld niet echt verandert als je camera's ophangt. Of eigenlijk staat er dat de wereld gezien door het oog van een camera niet heel anders is dan de wereld in het echt.

Van dit soort nonsens wordt toch geen mens wijzer? Eigenlijk zou er een opstand moeten komen van de lezers van dit soort geleuter. Een lezersstaking! Dit soort tijdschriften moeten boze brieven krijgen waarin de lezers vragen om klare taal. Als je dat niet kan leveren, moet je geen artikelen schrijven. Ook niet als het een medische oorzaak heeft.