woensdag 25 mei 2011

Verhalen uit de grote stad

Het is bevredigend om te zien hoe cameratoezicht zich langzamerhand ontwikkelt van een innovatie tot een volwassen instrument. Gisteren mocht ik een bijeenkomst voorzitten bij het CCV waar de regionale projectleiders voor cameratoezicht uit de politiekorpsen Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden en Utrecht aanwezig waren. Naast kennismaking (wat sowieso nooit kwaad kan als je hetzelfde werk doet), hadden we het over camera-observanten, wetten en regels en de komst van de nationale politie.

Je zou het misschien niet zeggen als je de verhalen in mijn weblog leest, maar eigenlijk ben ik best optimistisch over cameratoezicht in Nederland. Er werken in elk geval steeds meer mensen met verstand van zaken aan en dat is misschien nog wel het beste merkbaar in de vier grootstedelijke korpsen. Werden er tien jaar geleden nog gewoon camera's opgehangen 'omdat de burgemeester het wil', nu wordt er kritisch nagedacht over kosten/baten, over juridische consequenties en over effectiviteit.

Dat leidt overigens wel tot de constatering dat elk voordeel zijn nadeel heb. Specialisatie is mooi omdat het ertoe leidt dat er professioneler wordt gewerkt. Maar het leidt er ook bijna onvermijdelijk toe dat specialisten naast elkaar in plaats van met elkaar werken. In 2000 waren er vijf mensen in Nederland die verstand hadden van cameratoezicht. Nu zijn dat er minstens vijfhonderd en die kan je niet allemaal in de gaten houden en wekelijks bellen. Het is dan ook verfrissend om met vier gelijksoortige mensen in één hok bij elkaar te gaan zitten en uit te wisselen hoe ze het doen. Wordt zeker vervolgd.