Eerst de realiteit: hoe veilig is het echt?
De realiteit is dat het al jaren achter elkaar steeds veiliger wordt, maar dat mensen zich niet veiliger voelen. De kans op slachtofferschap van criminaliteit, ook als we alleen maar kijken naar geweld, nam spectaculair af de laatste tien jaar.
Als we kijken naar een stad als Amsterdam zien we dat tussen 2008 en 2011 de index voor feitelijke veiligheid 15% verbeterde, terwijl de index voor subjectieve veiligheid 3% slechter werd. Het werd veiliger, maar we voelen ons onveiliger.
En kijk eens naar Amsterdam Zuidoost: daar werd het tussen 2008 en 2011 maar liefst 33% veiliger in objectieve zin. Minder diefstallen, inbraken, berovingen, overvallen, vechtpartijen. Maar voelen mensen in Zuidoost zich veiliger? Nee: ze voelen zich nu 15% onveiliger dan drie jaar geleden. Hier is wat raars aan de hand. De feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid zijn niet aan elkaar gekoppeld. Het komt dus niet vanzelf goed.
Moeten mensen niet zo zeuren?
Het is verleidelijk om te ontkennen dat er een probleem is: kijk maar naar de cijfers! U bent ten onrechte bang, dus daar ga ik geen aandacht aan besteden als overheid. Maar ontkenning is onverstandig: gevoelens zijn belangrijk, want ze hebben echte consequenties. Mensen die 's avonds hun deur niet meer open durven te doen, die niet ingrijpen als er op straat iets misgaat, die het openbaar vervoer mijden of gewoon minder vaak op straat zijn.
Psychologie van de angst
Bruce Schneier heeft uitgezocht hoe het komt dat mensen bang worden. Hoe angst werkt. Hij ontdekte de volgende mechanismen in onze hoofden:
- We overschatten kleine risico's en onderschatten grote risico's: terrorisme of neerstortende vliegtuigen voelen enger dan huiselijk geweld of autorijden;
- Het onbekende is enger dan het bekende: mensen zijn bang om door een vreemde te worden ontvoerd of vermoord, terwijl de meeste ontvoeringen en moorden door bekenden van het slachtoffer worden gepleegd;
- Gepersonificeerde risico's lijken groter dan anonieme risico's: Bin Laden is eng omdat hij een naam heeft;
- We onderschatten risico's waar we controle over hebben en we overschatten risico's waar we geen controle over hebben: parachutespringen en roken zijn minder eng dan vliegtuigen en terrorisme;
- We zijn slecht in heel grote en heel kleine cijfers: het grapje 1, 2, 3, veel klopt wel ongeveer. En een kans van één op duizend of één op een miljoen is ongeveer hetzelfde: bijna nooit.
Individuele psychologie en instincten verander je niet zomaar. Maar je kan wél proberen bewust om te gaan met het verschil tussen realiteit en gevoelens als je een camerasysteem aanschaft, een winkelstraat veiliger probeert te maken of een heel land een veilig gevoel probeert te geven.
Model
Goed, we hebben dus gevoel enerzijds en realiteit anderzijds. We maken het nog iets ingewikkelder: we voegen 'model' toe. Wat is een model? Geen fotomodel of een rolmodel, maar een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Een manier om iets inzichtelijk te maken wat je zelf niet direct kan zien of ervaren.
Het model dat we hanteren voor DNA is een goed voorbeeld. DNA kan je niet zien, maar we kennen allemaal het model van de dubbele helix. Bacterieen zie je alleen met een microscoop, maar ook daarvoor hebben we modellen in ons hoofd. Ook voor veiligheid hanteren we modellen om zaken te snappen die we niet zelf kunnen ervaren.
Toen ik een keer op vakantie was in Griekenland, liet het NOS-journaal een kaartje zien waarop alle bosbranden waren getekend. Het leek voor de thuisblijvers alsof het hele land in de fik stond. Maar ik was er en ik zag met eigen ogen dat het nogal meeviel. Het was maar een klein brandje dat eigenlijk alweer uit was en eigenlijk gebeurde het elke twee jaar dat het bos in brand vloog. Het was ook goed voor de bodem, dus iedereen ging door met winkelen, eten en drinken. En ik dus ook. Ik kon het model dat door de media werd aangeboden corrigeren door mijn eigen ervaringen. Maar de thuisblijvers die er niet bij waren, konden dat niet en namen het gepresenteerde model over. Zij dachten dat heel Griekenland zou afbranden.
Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor terrorisme. De meesten van ons hebben dat gelukkig nooit zelf aan den lijve ondervonden. Dus baseren we ons op het model dat ons wordt aangeboden in de media of de politiek. Code groen, code oranje, code rood. Enge mannen met baarden en jurken in een grot in Afghanistan en Pakistan met snode plannen, handgranaten en plattegronden van onze stations en vliegvelden. Ik heb geen idee of dat beeld klopt, want ik kan het niet corrigeren door mijn feitelijke ervaring en ik krijg ook maar weinig andere modellen aangereikt om uit te kiezen. Dus neem ik het model over.
Hoe komen we aan onze modellen over veiligheid?
Allereerst via de media. En wat doen de media? Die herhalen incidenten eindeloos en vergroten ze uit. Maar nieuws is per definitie 'dat wat bijna nooit gebeurt'. When it's in the news, don't worry about it, zegt Bruce Schneier.
Een tweede belangrijke bron waar we onze modellen van overnemen zijn onze leiders: de politiek. En daar is iets bijzonders aan de hand. Er is een duidelijke verharding zichtbaar in het veiligheidsdiscours sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Criminaliteit wordt nu beschouwd als een groot maatschappelijk probleem en volgens de meeste politici zijn alleen harde maatregelen in staat om het probleem terug te dringen. David Garland schreef daarover in zijn boek Culture of Control en ook onze eigen Hans Boutellier in zijn Veiligheidsutopie. Het dominante model dat we via de politiek aangereikt krijgen is er één van a) de problemen zijn zeer groot, b) actie is noodzakelijk en c) harde maatregelen werken beter dan zachte maatregelen.
Media en politiek houden elkaar in een houdgreep
De meeste partijen hebben het model van 'groot probleem, hard aanpakken' in meer of mindere mate overgenomen. Dat doen ze omdat ze het idee hebben dat het electoraat bang is en om harde maatregelen vraagt. Maar is dat zo? Monique Koemans promoveerde onlangs op een onderzoek in dertien Vogelaarwijken. Het bleek dat de bewoners van die wijken vinden dat politici de problemen vaak overdrijven en maatregelen invoeren voor politiek gewin. De bewoners zelf vragen niet om harde maatregelen, maar krijgen ze dus wel.
Weg van de minste weerstand
De overheid wil graag wat dóen als mensen zich onveilig voelen. En hoe doe je dat het snelste? Door de weg van de minste weerstand te kiezen: je koopt een setje camera's, je hangt DNA-spray op, je laat de politie of toezichthouders extra surveilleren of fouilleren (al iets moeilijker te realiseren) of je past de wet aan zodat er bij geweld tegen brandweerlieden dubbele straffen worden geeist. Dat leidt tot allerlei vormen van veiligheidstheater (Bruce Schneier). De reden? It's easier to change places than people (Ron Clark).
Maar deze werkwijze kan averechts uitpakken: het kan een buurt of een groep mensen stigmatiseren. Het kan mensen angst aanjagen. Kijk maar naar de cijfers: het gevoel van onveiligheid kan toenemen in buurten waar het feitelijk veiliger wordt. Amsterdam Zuidoost werd in 2009 opgeschrikt door een aantal wapenincidenten, de media sprongen er bovenop en iedereen vond dat er wat moest gebeuren. Er zijn camera's gekomen, een buurtveiligheidsteam, extra surveillance, de Top 600 aanpak - noem maar op. En wat gebeurde met het gevoel van onveiligheid? Dat nam toe tussen 2008 en 2011 (met 15%). Terwijl de feitelijke veiligheid met 33% verbeterde waardoor Zuidoost nu veiliger is dan het Amsterdamse gemiddelde.
Wat moet je dan wel doen? Moeite.
Wat de politiek ook kan doen is een ander model bieden. Een ander frame. Een andere manier om de werkelijkheid te begrijpen. Niet vanuit angst en onveiligheid, maar vanuit veiligheid en zelfvertrouwen. Om angst te verminderen en zelfvertrouwen te stimuleren moet je mensen een handelingsperspectief geven. Als iemand bang is voor spinnen, confronteer je hem met spinnen en laat je zien dat het wel meevalt. Als iemand bang is voor de jongeren in de buurt, moet je ook de confrontatie met je angsten aangaan. Daardoor krijg je zelfvertrouwen en klaag je minder snel over overlast (want het voelt niet meer als overlast als je weet wie het doet). En mocht het toch te erg worden, dan bel je niet meteen de politie, maar ga je naar buiten en vraag je of het wat zachter kan.
Tafel van Twaalf
Marnix Eysink Smeets ontwikkelde de Tafel van Twaalf. Daarin staan twaalf dingen die je als overheid moet doen om het veiligheidsgevoel te verbeteren. De twaalf maatregelen zijn geclusterd in drie blokken:
1. Neem onveiligheid weg: reageer op ingrijpende incidenten en bied nazorg
2. Toon steunend publiek leiderschap: wees transparant, maar niet opdringerig met informatie over onveiligheid
3. Versterk de veiligheid: zorg voor menselijk toezicht, een overzichtelijke omgeving en sociale cohesie
De eerste twee punten gebeuren nu al redelijk goed. Maar het derde punt krijgt nog veel te weinig aandacht. In het kort zou je kunnen zeggen dat de oplossing zou zijn om niet meer zoveel over bewoners te praten, maar meer mét bewoners. Laat ze zelf in actie komen als ze een probleem voelen en faciliteer als overheid wat je de moeite waard vindt. Rol die initiatieven vervolgens niet over de hele stad uit, want uitrollen werkt niet. En knuffel ze ook niet dood door ze over te nemen. Doe wat er van je wordt gevraagd en zorg dat het vuurtje van enthousiasme blijft branden.
Samenvattend
Politici kunnen de wereld niet veranderen. Shit happens: neerstortende vliegtuigen, omvallende cruiseschepen en gekken met een vuurwapen. Dat verander je niet. Ook de logica van de media kan je niet zomaar veranderen. Dus er zal over incidenten worden geschreven en mensen zullen het ook willen lezen. De individuele psychologie verander je ook niet: dat zijn onze instincten die we in eeuwen evolutie hebben ontwikkeld om te overleven. Maar politici kunnen wel andere en betere modellen aanbieden om veiligheid te gaan begrijpen. Daarbij zou het handelingsperspectief centraal moeten staan: als mensen in beweging komen kunnen ze weer controle over hun eigen omgeving krijgen en meer zelfvertrouwen.
Dan worden de modellen en de angstgevoelens die mensen krijgen aangereikt gecorrigeerd door hun eigen ervaringen. Ze krijgen weer zelfvertrouwen en zin in hun buurt. Je moet problemen niet ontkennen, maar je moet ze ook niet groter maken dan ze zijn door er veiligheidstheater voor te ontwikkelen. Je moet ze samen aanpakken.
Meer weten?
Neem contact met me op - ik praat graag verder over dit onderwerp.
Links
Bruce Schneier - Gevoel, feiten en modellen (TED-filmpje)
David Garland - Culture of Controle
Hans Boutellier - De Veiligheidsutopie
Marnix Eysink Smeets - Tafel van Twaalf
Ron Clark - Situational Crime Prevention


0 reacties:
Een reactie plaatsen